Case

Kwijtschelding van belastingschuld, wat zijn de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers?

Kasius & Partners werkt regelmatig samen met gespecialiseerde associates met specifieke know-how. Voor vraagstukken rondom kwijtschelding van belastingschulden is dat Ferdinand Bosvelt van Turnaround Advocaten. Kasius & Partners neemt de financiële en bedrijfskundige aspecten voor zijn rekening, terwijl Turnaround
Advocaten de juridische kant verzorgt. In dit artikel delen Ferdinand en Lars hun ervaring en actuele inzichten over kwijtschelding van belastingschulden voor ondernemers.

Aanpassen aan onzekere tijden 
Ruim 100.000 ondernemers hebben nog een betalingsregeling in verband met de coronacrisis. In totaal gaat dit om 4,7 miljard euro. 29% van deze ondernemers heeft een achterstand. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, dan is het als ondernemer mogelijk om kwijtschelding van een deel van deze belastingschuld te realiseren. Als een onderneming gezond is, kunnen belastingen doorgaans gewoon worden betaald. Op het moment dat een onderneming in zwaar weer komt te verkeren, komt het vaak voor dat een onderneming niet meer aan zijn belastingverplichtingen kan voldoen.

Zo ook ten tijde van de COVID-19 pandemie. Tijdens de COVID-19 pandemie kwam de overheid ondernemers, die hun belastingen niet konden betalen, tegemoet met het “Bijzonder Uitstel Corona”. Op grond van het Bijzonder Uitstel Corona konden ondernemers uitstel krijgen voor het betalen van de omzetbelasting, inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Vanaf 1 oktober 2022 dienen ondernemers de niet-betaalde belastingen terug te betalen. Dit kan door middel van een betalingsregeling van 60 maanden.

In dit artikel behandelen Ferdinand Bosvelt en Lars van der Heijden de mogelijkheden om belastingschulden, waaronder de belastingschulden die zijn ontstaan door het Bijzonder Uitstel Corona, kwijt te schelden. Zij zullen met name ingaan op de recente wijzigingen in de regelgeving. Ferdinand Bosvelt en Lars van der Heijden zijn advocaat bij Turnaround Advocaten in Utrecht en gespecialiseerd in herstructureringen en insolventierecht. Zij staan ondernemers bij in financieel zwaar weer. Dit gaat bijvoorbeeld om schuldsaneringsakkoorden, waaronder kwijtscheldingsverzoeken bij de Belastingdienst. 

Wat regelt de Leidraad Invordering?
De Leidraad Invordering 2008 (hierna: “Leidraad Invordering”) is een beleidsdocument van de Belastingdienst dat richtlijnen geeft voor de invordering van belastingschulden. Zo is in de Leidraad Invordering geregeld wanneer de Belastingdienst aanmaningen stuurt (zie artikel 11), wanneer zij dwangbevelen stuurt (zie artikel 12 en 13) en wanneer en op welke vorderingen en goederen de Belastingdienst beslag kan leggen als de belastingschulden niet worden voldaan (zie artikel 14).  

Daarnaast regelt de Leidraad Invordering in artikel 26 wanneer en onder welke voorwaarden de Belastingdienst haar medewerking verleent aan de kwijtschelding van belastingschulden. De belangrijkste onderdelen van de kwijtschelding van belastingschulden in de Leidraad Invordering zijn de volgende:

Dubbel percentage 
De Belastingdienst eist dat zij minimaal het dubbel percentage ontvangt ten opzichte van de concurrente crediteuren. Dit betekent simpel gezegd dat als de concurrente schuldeisers 10 % van hun vordering ontvangen, de Belastingdienst pas akkoord gaat met het kwijtscheldingsverzoek als zij 20 % van de belastingschuld ontvangt. Voor saneringsvoorstellen die waren ingediend voor 1 april 2024 ging de Belastingdienst nog akkoord met een gelijk percentage als de concurrente schuldeisers. 

Crediteuren die buiten het akkoord mogen blijven 
Voorts regelt artikel 26.3.8. dat bepaalde crediteuren buiten een kwijtscheldingsakkoord mogen blijven. Dit betreffen de volgende crediteuren: 

– Pandhouders;
– Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud; 
– Cessionarissen;
– Dwangcrediteuren;
– De boekhouder of adviseurs die betrokken zijn bij het kwijtscheldingsverzoek; en
– Bepaalde publieke schuldeisers. 

In de praktijk ontstaat vaak de meeste discussie over de dwangcrediteuren. Voor 1 juli 2025 werden als dwangcrediteuren aangemerkt “de leveranciers die niet bereid zijn aan een akkoord mee te werken omdat de onderneming zonder hen niet verder kan werken.” De Belastingdienst nam op basis hiervan vaak het standpunt in dat pas sprake was van een dwangcrediteur als een crediteur ook weigerde mee te werken aan een saneringsvoorstel. 

Per 1 juli 2025 is de definitie van de dwangcrediteur gewijzigd: “handelscrediteuren van wie het aannemelijk is dat zij niet bereid zullen zijn aan een akkoord mee te werken, terwijl zonder de betrokkenheid van deze handelscrediteuren de onderneming na de totstandkoming van het saneringsakkoord  niet kan worden voortgezet.”  

De belangrijkste wijziging is dat nu duidelijk is dat geen weigering van een dwangcrediteur meer nodig is. De dwangcrediteuren hoeven dus niet eerst een kwijtscheldingsvoorstel te ontvangen. Het is voldoende dat het “aannemelijk” is dat de essentiële handelscrediteur niet mee zal willen werken.  

Termijn waarbinnen kwijtschelding moet worden voldaan
Op 1 juli 2025 is artikel 26.3.9. is de Leidraad Invordering gewijzigd en de termijn voor een betalingsregeling verlengd. Er geldt nu geen maximale termijn meer. Daarbij is het volgende van belang: 

– De betaling van het bedrag van het saneringsakkoord vindt in beginsel zonder uitstel plaats. 
– Als de ondernemer na sanering zijn onderneming voortzet en aantoont dat de betalingstermijnen en de nieuwe fiscale verplichtingen kunnen worden voldaan, kan de Belastingdienst instemmen met een  betaling in termijnen. De Belastingdienst treedt dan voorwaardelijk toe tot het saneringsakoord, onder de voorwaarde dat het saneringsakkoord wordt nagekomen. 
– In dat geval geldt op grond van artikel 25.6.1. van de Leidraad Invordering dat de betalingsregeling als uitgangspunt een looptijd heeft van ten hoogste twaalf maanden.
– Als de ondernemer aantoont dat hij het bedrag van de betalingsregeling niet binnen twaalf maanden kan betalen is er soms langer uitstel mogelijk. Daarvoor is onder andere vereist dat de ondernemer door een oorzaak die (hoofdzakelijk) buiten zijn oorzaak ligt in tijdelijke liquiditeitsproblemen is gekomen en sprake is van een levensvatbare onderneming. De Belastingdienst kan dan instemmen met een betalingsregeling voor een langere periode (zie artikel 25.6.2a Leidraad Invordering).  

Vanaf 1 juli 2025 is het dus mogelijk om onder omstandigheden een betalingsregeling af te spreken die loopt voor een periode langer dan twaalf maanden.  

Wat betekent dit voor ondernemers? 
De Belastingdienst stelt zich flexibeler op met betrekking tot dwangcrediteuren en de maximale termijn voor een betalingsregeling. Indien uw onderneming levensvatbaar is, maar nog last heeft van een grote schuldenlast uit het verleden, dan is het zinvol om deskundig advies in te winnen om de mogelijkheden van een sanering van een deel van die schuld te bespreken.  Dit kan gaan om een belastingschuld, maar het kan ook gaan om NOW-schuld of schulden aan banken, aandeelhouders of andere crediteuren. 

Turnaround Advocaten is gespecialiseerd in juridisch advies aan ondernemers in zwaar weer. Zij denken graag met u mee over een passende oplossing en hebben ruime ervaring bij het succesvol bereiken van regelingen met de Belastingdienst. Mocht u vragen hebben, neem gerust contact op met Ferdinand Bosvelt of Lars van der Heijden.

Ferdinand Bosvelt is bereikbaar op fbosvelt@turnaroundadvocaten.nl  en telefonisch op 06 83 28 73 66.

Lars van der Heijden is bereikbaar op lvanderheijden@turnaroundadvocaten.nl en telefonisch op 06 51 03 84 94.

Vrijblijvend en vertrouwelijk overleg met Ferdinand of Lars is mogelijk.